Moderne americana: voorbij de wortels 

door Folio

 

gonzocircus_logozwart_ondertitelIn Gonzo (circus) #137 staat een lang artikel over americana – een muziekgenre dat teruggrijpt op oude folk, country en blues. Tegelijkertijd gaat het om muziek die de grenzen opzoekt met rock en met indie en daardoor vaak verre van puristisch is. Grote voorlopers The Band en The Flying Burrito Brothers mixten hun country en folk al met (psychedelische) rock en soul. Hoewel het genre de laatste jaren nogal onderhevig is aan reactionaire tendensen – zie bijvoorbeeld het grote succes van de Britse(!) band Mumford & Sons – gebeurt er nog genoeg vernieuwends. In dit artikel zoomen we in op opvallende ontwikkelingen en dito muzikanten.

Zo is de gitaarheld teruggekeerd: de technisch goed onderlegde gitarist die graag laten horen dat hij kan goed kan spelen. Ryley Walker, wiens Golden Sings That Have Been Sung vorig jaar veel aandacht kreeg, is zo iemand: hij speelt een mengeling van folk, rock en jazz. Minder high profile maar wel opvallend zijn de gitaristen Moon Bros. en William Tyler, die country injecteren met technische hoogstandjes, zonder het etaleren van virtuositeit in de weg te laten zitten. Ook opvallend: de toenadering tussen enerzijds americana en anderzijds haar ‘natuurlijke vijanden’: urban en elektronische muziek. Hiphopduo Atmosphere kruidt zijn muziek steeds vaker met slidegitaren en kroegverhalen die bij een countrymuzikant weggelopen lijken. Bon Iver – die vorig jaar zijn comeback maakte met het veelbesproken album 22, A Million – tot slot maakte een plaat waarop hij tokkelfolk en gospel samen liet gaan met autotune, beats en vervormde samples. Deze muzikanten bewijzen dat je voor de beste americana je kop boven het hokje uit moet steken en om je heen moet kijken – want daarbuiten gebeuren de interessantste dingen.

Dit is een samenvatting. Het volledige artikel van Maarten Buser is te lezen in Gonzo (circus) #137.